Persoonlijk begeleider Myrthe was in Nepal

Ervaringen in Nepal

Myrthe van Randen, persoonlijk begeleider A in De Blitz in Uden is een halfjaar in Nepal geweest. Zij deelt graag haar ervaringen met ons. Haar verhaal maakt ons er extra bewust van dat we blij mogen zijn met de goede zorg en faciliteiten in ons land, maar ook dat het altijd gaat om ‘de kleine dingen en ervaringen’ in ieders leven, hoe basaal en eenvoudig soms.

Na bijna een jaar van voorbereiding en voorpret, ben ik in januari naar Nepal vertrokken. Omdat iedereen steeds zo betrokken is geweest bij mijn reis, deel ik graag iets van mijn ervaringen.

In het dorpje Chapagaun, net buiten de hoofdstad Kathmandu, heb ik drie maanden gewerkt op een school van het Special Education and Rehabilitation Centre (SERC). Dit is een school voor kinderen met een lichamelijke beperking, leerproblemen of een ontwikkelingsstoornis. De kinderen worden ingedeeld in verschillende klassen, niet op basis van leeftijd maar op basis van hun leermogelijkheden en hulpvraag.Naast onderwijs wordt er op deze school fysiotherapie en muziektherapie geboden, en is er aandacht voor sensomotorische integratie. Er zijn verschillende ‘werkplaatsen’, waar leerlingen vanaf een jaar of zestien worden voorbereid op het doen van eenvoudig werk in de samenleving. Een deel van de kinderen dat hier naar school gaat en waarvan de ouders om verschillende redenen niet in staat zijn om dagelijks voor hen te zorgen, woont in een opvanghuis, het zogenoemde Hostel. SERC is een redelijk goed georganiseerde en moderne organisatie, zeker in het perspectief van de geringe voorzieningen die er in Nepal zijn voor mensen met een beperking. Zorg en onderwijs binnen SERC is zorgvuldig vormgegeven, waarbij er aandacht is voor de ontwikkeling van ieder kind. Kinderen hebben een individueel plan, leerkrachten en begeleiders krijgen jaarlijks bijscholingen.

Ondanks dat het centrum met zorg is ingericht, zijn er ook schrijnende situaties binnen SERC die mij confronteerden met een andere realiteit. Zo lopen kinderen met voetafwijkingen rond in derdehands voetortheses of slechts op plastic slippertjes. De hygiëne en persoonlijke verzorging van de kinderen is soms slecht, ze dragen wekenlang dezelfde kleding, zonder onderbroek of sokken, en vergeleken met de wc’s op school zijn onze Nederlandse Dixi-toiletten brandschoon. Er was een tekort aan leerkrachten en dan was er ook het schoolgebouw dat gebouwd werd. Dit was nog lang niet af, maar door omstandigheden moesten hier al wel alle lessen gegeven worden. Hierdoor moesten de kinderen op koude dagen hun jassen in de klas aanhouden en deden zich te midden van alle bouwwerkzaamheden soms gevaarlijke situaties voor. Maar wat ik hiervan het meest bijzonder vond, was dat de kinderen zich ondanks dit alles wisten te redden. Ze waren in staat om zelfstandig te doen wat er van hen verwacht of gevraagd werd, ongeacht een (in mijn optiek) tekort aan veiligheid en structuur. Wanneer een kind ergens meer moeite mee had, werd het als vanzelfsprekend door zijn schoolgenootjes geholpen. Hoewel dit gedrag dus ontstaan is uit een niet-ideale situatie, verbaasde ik mij over de veerkracht van deze kinderen. De omstandigheden vragen dat de kinderen een grote mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid ontwikkelen, waardoor het absolute uiterste van hun mogelijkheden wordt aangesproken. Niet alleen op deze school, maar overal in Nepal zag ik bij kinderen in moeilijke omstandigheden deze veerkracht.

Bipin

Myrthe met Bipin (rechts) in Nepal

Iemand die mij in dit kader in het bijzonder raakte, was Bipin, een jongen van 9 jaar die samen met zijn ouders en oudere broertje in Kathmandu woont. Zijn ouders hebben hier een kleine garage. Bipin is een klein en tenger jongetje, maar vooral een ontzettend creatief en wilskrachtig kind. Ten gevolge van een hersenbeschadiging heeft hij fysieke beperkingen en moeite met leren. Er is bij hem sprake van halfzijdige spasticiteit, waardoor hij moeite heeft met het coördineren van zijn bewegingen en moeilijk loopt. Praten en slikken gaat voor hem moeizaam, maar Bipin weet altijd precies wat hij wil zeggen en hij houdt vol tot hij begrepen wordt.

Op school is Bipin een ijverige leerling. Het leren kost hem moeite en hij heeft veel herhaling nodig, maar hij blijft proberen tot het lukt. Naast zijn doorzettingsvermogen en inzet elke dag om iets nieuws te leren, is hij ook erg betrokken bij de andere kinderen om hem heen. Hij helpt ze hun plek te vinden in de klas of tijdens het eten, spoort ze aan of spreekt ze streng toe wanneer ze iets doen wat eigenlijk niet mag. Mij leerde Bipin Nepalees tellen. Hij overhoorde mij, vertelde mij de cijfers in Nepalees schrift op te schrijven en vermaande mij wanneer ik hierbij stiekem probeerde te spieken. Zo werd Bipin mijn eerste leraar Nepalees (hierna volgden nog vele anderen zelfbenoemde leraren, die mij allemaal iets van de taal probeerden bij te brengen).

‘s Middags loopt Bipin zelf van de bus terug naar huis, twintig minuten door de drukke en chaotische straten van Kathmandu. Hij loopt niet snel en wat onstabiel, maar het is een vanzelfsprekend onderdeel van zijn leven, wat hem om de een of andere reden moeiteloos lijkt af te gaan. Omdat Bipin en ik bij elkaar in de buurt woonden, liepen we een keer samen terug naar huis. In plaats van dat ik zijn hand pakte om hem te ondersteunen bij het lopen, pakte hij mijn hand. Hij wees me waar ik moest lopen en trok me aan de kant wanneer er weer een motor langs scheurde. Zo had ik ineens een 9-jarige begeleider naast me, die mij veilig door de drukte heen loodste. Toen we bijna thuis aankwamen, gebaarde hij me dat ik eventjes moest wachten en haalde hij bij een klein winkeltje nog een boodschap voor zijn ouders. Ik bleef wachten, diep onder de indruk van dit kind.

Er zit zoveel kracht in Bipin, die hem in staat stelt zich goed te redden in een onzekere situatie. Bipin, en alle andere kinderen van de school, maakten voor mij goed zichtbaar dat ook bij een afwezigheid van veiligheid en bescherming, kinderen al veel mogelijkheden tot hun beschikking hebben om met de situatie om te gaan. Er wordt een groot beroep gedaan op hun probleemoplossend vermogen, waardoor ze boven zichzelf lijken uit te stijgen.

De kracht die ik zag bij deze kinderen, zit ook in de bijzondere mensen die wij begeleiden. Bijvoorbeeld in hoe zij, ondanks de pijn en moeite die het soms kost, elke dag weer uitdagingen aangaan, nieuwe uitdagingen of elke dag dezelfde. In de ondersteuning, kunnen ook zij, net als de kinderen in Nepal, aangesproken worden op de kracht en mogelijkheden die zij al tot hun beschikking hebben. Bipin heeft me laten inzien dat er dan soms meer mogelijk is dan je verwacht.