Inhoudelijk thema: samenwerken in de Driehoek

Samenwerken in de ‘driehoek’
Het duurt hopelijk nog een tijd totdat mijn zoon (10 jaar, verstandelijke beperking) uit huis gaat. Ik krijg namelijk al buikpijn als ik eraan denk.
Hij is zo afhankelijk van de ander; zo sfeergevoelig. Het kost hem zoveel tijd om ergens te wennen en zich veilig te voelen. Ogenschijnlijk onbelangrijke details en routines: dat yoghurtje in de avond, die ene lach die eigenlijk geen lach is maar een vraag om een stevige knuffel. Hoe maak ik het belang daarvan duidelijk? Hoe kan ik mijn kostbaarste bezit toevertrouwen aan mensen die hem nauwelijks kennen? Ben ik dan wel een goede moeder? En wat als het goed gaat…? Betekent dat dan eigenlijk dat wij hem tekort hebben gedaan?
Ja… het zal tegen die tijd vast een gezonde ontwikkeling zijn voor ons allemaal, maar ik zie zo op tegen de samenwerking met zorgprofessionals zoals… mijzelf.
Want in mijn werk als gedragskundige bij ZorgWiel zie ik ook dat het makkelijk schuurt. En logisch!
Want de voorschriften, kennis en ervaring die we als professionals meenemen, verschillen van die van de ouders/wettelijk vertegenwoordigers. En onze kortdurende oprechte betrokkenheid is niet te vergelijken met de levenslange emotionele band van familie. Waar het om het welzijn van je kind (en onze bewoner) gaat, komt emotie en strijdlust om de hoek kijken. En hoog in de emotie is het soms lastig om open te staan voor wat de ander zegt.
Natuurlijk. Ook nu delen we al een stukje van de zorg met ‘professionals’, maar als je kind uit huis gaat, is dat toch echt ‘next level’. Het liefst zie ik hem in een ouderinitiatief zoals een van de huizen van ZorgWiel.
Want: ik ben oprecht trots op de teams die ik mag ondersteunen; de betrokkenheid en deskundigheid geven mij vertrouwen in de woontoekomst van mijn eigen zoon. Teamleden voelen zich oprecht begaan met het welzijn van de bewoners en doen hun uiterste best om in goede harmonie met ouders de begeleiding vorm te geven. We kunnen elkaar aanvullen en samen die goede basis bieden waarop onze bewoner, jullie kind, de beste versie van zichzelf kan zijn.
De methode ‘driehoekskunde’, ontwikkeld door Chiel Egberts, geeft mooie handvatten voor de samenwerking in de driehoek tussen bewoner, familie/wettelijk vertegenwoordiger en begeleider. De afgelopen en komende tijd hebben verschillende teams en oudergroepen binnen ZorgWiel hierin training gehad van Inge Blaauw.
Hieronder een korte samenvatting door AI…(ik had het niet sneller en beter gekund) en een link naar de site.
Groetjes, Janneke van Poelgeest
————————————————————–
Wat is Driehoekskunde?
Driehoekskunde is een methodiek en visie die beschrijft hoe je als zorgprofessional, familie en bewoner goed kunt samenwerken. Het legt de focus op de relatie tussen:
- Bewoner (bijvoorbeeld een kind of volwassen persoon met ondersteuningsbehoefte),
- Familie/verwanten, en
- Zorgprofessional/begeleider.
Deze drie partijen vormen samen een “driehoek” waarin samenwerking cruciaal is voor kwaliteit van zorg.
De kern van de visie: 🔹 De driehoek
In de Driehoekskunde staat de bewoner altijd centraal, maar hij/zij staat niet los: de bewoner wordt gedragen door relaties met familie en professionals. Egberts benadrukt dat:
- Professionals zijn ‘passanten’ – ze komen vaak op het toneel van de zorg als laatste (na het gezin) en vertrekken als eerste.
- Familie heeft een fundamenterende rol – ouders of verwanten kennen het leven van de bewoner diepgaand en spelen een essentiële rol in welzijn en stabiliteit.
- Samenwerking tussen familie en professionals is essentieel – zonder vertrouwen en verbinding werkt de driehoek niet goed.
Drie belangrijke begrippen in de methode
In de praktijk draait Driehoekskunde om drie sleutelwoorden:
✔️ Bonus
Professionals doen wat ze beloven – én het liefst iets meer. Dit versterkt het vertrouwen in de driehoek.
✔️ Verbinding
Familie en professionals verbinden zich echt met elkaar – niet alleen met de bewoner, maar ook met elkaar zodat samenwerking natuurlijk en respectvol verloopt.
✔️ Positie
Iedere hoek van de driehoek heeft een eigen positie. Familie en professionals hebben elk hun eigen rol en moeten die respecteren om de balans in de driehoek te houden.
Achtergrond van de theorie
- Egberts ontwikkelde dit idee vanaf 1997 en heeft er meerdere boeken en artikelen over geschreven.
- Zijn boek Driehoekskunde (o.a. Samenwerken in de driehoek: bewoner, familie en begeleider, 2012–2013) beschrijft deze visie met praktijkvoorbeelden en concrete handvatten voor professionals én familie.
- Het wordt gebruikt in de gehandicaptenzorg, ouderenzorg, psychiatrie, jeugdzorg, onderwijs en andere sectoren waar driehoekige relaties belangrijk zijn.
Waarom is dit belangrijk?
Volgens Egberts lukt zorg pas echt goed als:
- de rol van familie niet een “last” is, maar een partner;
- zorgprofessionals leren anderen te begrijpen en te verbinden;
- er vertrouwen, respect en heldere afspraken zijn tussen zorg, familie en bewoner.










